Wat wordt het weer?

Vandaag is een onstuimige dag (29 januari 2020), maar een storm kan ik het nog niet noemen. Het was vandaag wisselend bewolkt. Er waren enkele felle buien, inclusief die ene waar ik precies doorheen fietste… De windkracht kwam van het Westen Zuidwesten en matig tot vrij krachtig langs de kust en op het IJsselmeer krachtig tot hard. Over westen wind wordt gezegd dat het beter weer wordt en gelukkig geven de voorspellingen dit ook aan, wat minder regen, minder wind en hogere temperaturen. Op termijn wordt een rustig weertype verwacht wat gebruikelijk is voor de tijd van het jaar. Voorlopig geen voorspelling voor storm.

Een storm wordt een storm genoemd als de gemiddelde windsnelheid gemeten over een periode van 10 minuten minimaal 75 km per uur bereikt. Deze snelheid komt overeen met 20,8 meter per seconde, windkracht 9 op de schaal van Beaufort.

Hoe ontstaat een storm?

Wat gebeurt er eigenlijk als er een storm opsteekt? Dit is een van de vragen, waarvan ik op zoek ben gegaan naar het antwoord. Een krachtige wind, zoals die van vandaag wordt door sommigen al een storm genoemd. Volgens het KNMI is er echter pas sprake van een storm bij windkracht 9. De windkrachten zijn onder te verdelen in de schaal van Beaufort. Deze schaal is bedacht door Dhr. Francis Beaufort, die in 1805 de schaal opstelde.  Met een Anemometer kun je de windsnelheid meten. Een anemometer koop je onder andere op Bol.com.

De meting druk je uit in een windkracht 0 tot en met 12:

  • Windkracht 0: windstil.
  • Windkracht 1: bij windsnelheden van 0,3 tot 1,5 m/s, is sprake van een flauwe of stille wind.
  • Windkracht 2: bij windsnelheden van 1,6 tot 3,3 m/s, dit wordt flauwe koelte genoemd.
  • Windkracht 3: bij windsnelheden van 3,4 tot 5,4 m/s, lichte koelte is de benaming van KNMI.
  • Windkracht 4: bij windsnelheden van 5,5 tot 7,9 m/s, matige koelte.
  • Windkracht 5: bij windsnelheden van 8,0 tot 10,7 m/s, dit noemt het KNMI een frisse bries.
  • Windkracht 6: bij windsnelheden van 10,8 tot 13,8 m/s, een stijve bries.
  • Windkracht 7: bij windsnelheden van 13,9 tot 17,1 m/s, wordt het harde wind genoemd.
  • Windkracht 8: bij windsnelheden van 17,2 tot 20,7 m/s, dit heet stormachtig.
  • Windkracht 9: bij windsnelheden van 20,8 tot 24,4 m/s, hier begint de storm.
  • Windkracht 10: windsnelheden van 24,5 tot 28,4 m/s, dit noemt met een zware storm.
  • Windkracht 11: windsnelheden van 28,5 tot 32,6 m/s, ofwel een zeer zware storm.
  • Windkracht 12: Windsnelheden vanaf 32,6 m/seconde, hier spreek je van een orkaan.

Vanaf windkracht 9 is er dus sprake van een storm. Een storm begint als een storing in een zone die warme lucht van koude lucht scheidt. Warme lucht wordt bijvoorbeeld in een najaarsstorm omhoog gestuwd door de botsing van de warme lucht uit Zuid Europa met de koude poollucht. De warme lucht wordt hierbij omhoog gestuwd en daardoor daalt de luchtdruk. Hierdoor zuigt het lagedrukgebied koude lucht aan. En zo ontstaat er wind, die de kracht van een storm kan krijgen.

In Nederland is de kans op storm het grootste in de periode van oktober tot en met maart. De temperatuurverschillen tussen het zuiden en het noorden zijn in die periode namelijk het grootst. De zwaarte van de storm wordt niet zozeer bepaald door de luchtdruk, maar door gebieden met een groot verschil in luchtdruk.

storm in Nederland

KNMI

Het KNMI staat voor het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Het instituut werd opgericht op 31 januari 1954. Het KNMI is al meer dan 150 jaar bezig met het onderzoeken en proberen te begrijpen van het weer en andere verschijnselen in de lucht en aarde. Door extreem weer, klimaatverandering, aardbevingen is deze opdracht belangrijker geworden. Deze vormen namelijk een veiligheidsrisico en beïnvloeden de Nederlandse economie en welvaart.

Het KNMI doet dit door het verzorgen van betrouwbare en consequente metingen, data en prognoses. Op basis van deze data worden inschattingen gemaakt en besluiten genomen die Nederland veilig houden.

Dit doen onder andere de meteorologen met hun weerinformatie voor diverse sectoren. De klimaatwetenschappers houden zich bezig met het in kaart brengen van klimaatrisico’s wereldwijd en in Nederland.

stormen

Heftige stormen in Nederland

Vooral in de periode van oktober tot maart kunnen hevige stormen opsteken. Er wordt dan in de kuststrook of op de Waddeneilanden minimaal windkracht 9 gemeten. Een zware storm vanaf windkracht 11 of een orkaan komt vrij weinig voor.

Noordwesterstorm

Bij een Noordwesterstorm is extra alertheid gevraagd in Nederland en België, vanwege het water dat in de Noordzee wordt opgestuwd. De combinatie van Noordwesterstorm met springtij is verantwoordelijk voor verschillende grote overstromingen in Nederland. Beruchte stormen in deze situatie zijn de St. Elisabethsvloed in 1421, de stormvloed in 1682, de Kerstvloed van 1717 en de Watersnood van 1953.

Zuidwesterstorm

Een Zuidwesterstorm ontstaat boven de Atlantische oceaan. Deze gaat ongeveer in een rechte lijn door het Engelse kanaal de Noordzee in. Een Zuidwesterstorm kan vooral gevaar brengen voor schepen op het Noordzee en in het Kanaal. Aan de duinen en stranden kan een Zuidwesterstorm grote schade aanbrengen.

De hoogst gemiddelde windsnelheid tijdens een storm werd gemeten op 7 september 1944 in Vlissingen. Hier werd een snelheid van 122 km per uur ofwel 34 meter per seconde bereikt.

wat zegt de windrichting over de weersvoorspelling

Windrichtingen en wat zeggen ze over de weersverwachting?

De windrichtingen die je hoort in het weerbericht zijn de volgende, wind afkomstig uit het Noorden, Noordoosten, Oosten, Zuidoosten, Zuiden, Zuidwesten, Westen of Noordwesten.

Westenwind

Bij een westenwind verplaatst de lucht vanuit de Noordzee zich over het land. In de herfst en de winter betekent dit dat de lucht boven zee warmer is dan boven land en er daarom een vochtige warme lucht met zich meebrengt. In de zomer is het frisser en vochtiger boven de zee en dan zal de temperatuur dalen en er meer kans zijn op vochtig weer.

Oostenwind

Bij een oostenwind, komt de wind vanaf het vaste land Nederland in. Omdat hier een gebrek aan water is, zal dit een veel drogere lucht zijn. In de winter is het in het Oosten kouder dan boven zee en wordt het koud, zonnig en droog in ons land. Als de windkracht hoog is, is er sprake van een schrale oostenwind en zal het kouder aanvoelen dan het werkelijk is. In de Zomer is het echter andersom, omdat er dan warme lucht aangevoerd wordt, zal het warm, droog en zonnig weer zijn.

Noordenwind

Bij een noordenwind komt de lucht over zee vanuit het koude noorden, In de winter is de lucht boven de zee zachter dan boven land, maar omdat er vanuit een koude streek lucht wordt aangevoerd zal worden is het koud en vochtig. Ook in de zomer wordt vanuit het noorden koudere lucht aangevoerd en zal het wat koeler zijn met meer kans op neerslag.

Zuidenwind

Zuidenwind voert warme lucht aan uit het zuiden. In de zomer zal het zonnig en warm zijn. Bij een zuidenwind komen de meeste hittegolven voor. In de winter is een zuidenwind zacht, maar wanneer het koud is in de zuidelijke landen, België en Frankrijk, zal de wind niet sterk opwarmen.

Er zijn dan ook nog de windrichtingen tussen Noord, Oost, Zuid en West.

Zuidwestenwind

Bij een Zuidwestenwind is de kans groter op meer en flinke regenbuien. De lucht komt vanaf zee en bevat daarom meer waterdamp. In de winter is het dan zacht en vochtig weer. In de zomer is het warm en vochtig, vooral in de nacht koelt het dan weinig af.

Zuidoostenwind

Met een relatief droge lucht is de kans op neerslag klein. In de zomer is het warm, zonnig en droog. In de winter is het afhankelijk van het weer in het zuidoosten. Er zal het weertype verwacht worden, wat er in het zuidoosten op dat moment is.

Noordwestenwind

Deze koude lucht zorgt in de winter voor winters weer. Er is een verhoogde kans op sneeuwbuien en koud winterweer. In de zomer komen er uitgestrekte wolkenvelden over ons land vanuit de Noordzee. Het is dan afwisselend bewolkt met zonnige perioden, fris en met regelmaat een bui.

Noordoostenwind

Vanuit het noordoosten komt een koude, droge lucht. Dit zorgt in de winter voor een droog en guur weertype. In de zomer is er meer kans op warm en droog weer. In de avonden en nachten zal het wel goed afkoelen.

Wil je meer lezen over het weer? In het artikel Hoe voorspel je het weer kun je nog meer interessante weetjes vinden.