Het vlindervriendelijk maken van de tuin begint met het planten van de juiste planten. Vlinders leven van Nectar, een zoete stof die in bloemen zit. Vlinders houden van zon en warmte. In de winter hebben ze een veilige schuilplek nodig. Voedselplanten voor rupsen zijn onmisbaar, ze zijn vreselijk kieskeurig en lusten maar enkele soorten planten.

Waarom wil ik vlinders in mijn tuin?

In Nederland leven meer dan 50 soorten dagvlinders en wel ongeveer 2000 soorten nachtvlinders. De meeste vlinders worden maar een paar weken oud, maar er zijn er ook die een jaar leven. De vlinderpopulatie in Europa is sinds 1990 met bijna de helft afgenomen. Vlinders zijn naast dat het mooie dieren zijn, ook erg nuttige dieren. Vlinders bestuiven bloemen als ze de bloemen bezoeken om nectar op te zuigen. Verder eten heel wat andere dieren rupsen, poppen en vlinders, waardoor ze hun nut hebben in de voedselketen. Voor de mens is het voorkomen van bepaalde soorten vlinders een graadmeter voor hoe het gaat met de natuur op die plek . Andersom kan het verdwijnen van een soort een teken zijn dat het niet goed gaat met de natuur.

Vlinders zijn dol op zonnekruid

Welke planten zet ik in mijn tuin voor de vlinders?

Nectarplanten werken als een magneet op vlinders. Nectar is de zoete stroperige vloeistof die door de klieren van de bloemen van de nectarplanten naar buiten komt. Vlinders zijn er dol op. Veel soorten bloeiende vaste planten zijn nectarplanten. Zorg dat je planten hebt, die bloeien in de periode van maart tot en met oktober.

Soorten planten en bloemen waar vlinders dol op zijn:

  • Vlinderstruik
    De bekendste nectarplant is natuurlijk de vlinderstruik, deze is bij uitstek geschikt voor het lokken van vlinders. De Latijnse naam voor deze plant is Buddleja. Er bestaan zo’n 100 soorten en variëteiten van deze soort. Er zijn soorten die in het vroege voorjaar bloeien, van maart/april tot en met soorten die doorbloeien tot en met december. Ze zijn verkrijgbaar in de kleuren wit, roze, alle kleuren paars tot donkerrood.
  • Zonnebloem
    Dit is een algemeen bekende bloem. Minder bekend is dat deze ook in diverse soorten voorkomt, kleurend van geel tot roodbruin. De meesten soorten zijn eenjarig, maar ook meerjarige zonnebloemen zijn te verkrijgen. De hoogte van de bloem varieert van 70 cm tot wel 300 cm. Voor elke tuin is er dus een geschikte zonnebloem te vinden. Naast vlinders trekt de zonnebloem ook bijen en hommels aan.
  • Duifkruid
    Ook wel bekend onder de naam Scabiosa Columbaria staat in Nederland op de rode lijst van inheemse planten. Dubbel reden dus om deze in je border te planten. De plant wordt 30-90 cm hoog en bloeit van juli tot september met roodachtig lila, soms witte bloemen.
  • Zonnekruid
    In het Latijns noem je zonnekruid Helenium. Deze plant is verkrijgbaar in het geel, rood, oranje en bruin. De hoogte is tussen de 60 en 200 cm. Van de late zomer tot de herfst geeft deze bloem de border kleur. Het is een sterke zeer winterharde plant welke het liefst in de volle zon staat. Oude pollen kunnen het beste in het voorjaar worden verjongd en gedeeld, zo blijf je het langst kunnen genieten van je zonnekruid.
  • IJzerhard
    Verbena Bonariensis is de Latijnse naam, waaronder deze plant bekend is. Dit is een tweejarige plant, die zichzelf uitzaait, waardoor je er jaren plezier van kunt hebben. De paarsbloeiende verbena bloeit van juli tot september en wordt ongeveer 100-140 cm hoog. Door de transparante groeiwijze, combineert de plant goed in diverse tuinstijlen.
  • Lavendel
    Echte lavendel of smalbladige lavendel is een lage, sterk vertakte struik. Oorspronkelijk komt lavendel uit Zuid-Europa. De hoogte is ca 75 cm. Er zijn wel meer dan 25 soorten lavendel, maar er zijn er maar enkele die winterhard zijn en dus geschikt voor het Nederlandse klimaat. De Lavendula Angustifolia is een winterharde lavendelsoort. Veruit de meest bekende soort is de paarse variant, maar er bestaan ook witte en roze lavendelsoorten. Lavendel houdt van een zonnige standplaats. In een pot verlangt de lavendel wel water bij warm weer en voeding in de vorm van mest. Belangrijk is de snoei, om de planten goed in vorm te houden is het nodig om één of tweemaal per jaar te snoeien. De eerste maal na de bloei in september, maar na de winter (in april) kan u de plant ongeveer halveren. Op deze manier zal de lavendel niet houterig en wild worden en kan de plant wel 15 tot 20 jaar meegaan.
  • Rode Zonnehoed
    De Latijnse naam is Echinacea. Deze prachtige vaste plant wordt ongeveer 100-120 hoog. De mooie donkerroze bloemen met donker oranjebruin centrum verschijnen in juli/ augustus en de bloei kan aanhouden tot in oktober, afhankelijk van standplaats en weersomstandigheden. De Echinacea varianten zijn tevens verkrijgbaar in de kleuren rood, wit, geel, geel met roze en geel/groen. In de border zijn ze erg mooi te combineren met siergrassen. De hoogte is tussen de 70 en 100 cm.
  • Duizendblad
    Achillea Millefolium is de Latijnse naam van deze vaste plant. Deze plant heeft net als de Echinacea een geneeskrachtige werking. Deze inheemse plant is verkrijgbaar in de kleuren wit en donkerroze. Duizendblad bloeit van kort voor de langste dag tot november toe. De bloemen zijn een scherm van piepkleine bloemen. Duizendblad heeft zijn naam te danken aan heer dubbel veerdelige blad, waardoor het lijkt of de plant uit zeer veel kleine blaadjes bestaat. De plant wordt 15 tot 50 cm hoog.
Bijvoeren vlinders

Hoe kan ik vlinders bijvoeren?

Er zijn speciale voerschalen voor vlinders verkrijgbaar. Een voerschaal bestaat uit een kleurige schaal met veel gaatjes daarin, zodat de vlinder met hun lange roltong, onderuit de gaatjes hun voedsel kunnen halen net zoals bij een bloem. Hierin kan suikerwater worden gedaan. Daarnaast is overrijp of rottend fruit op een schaal geliefd voedsel. Fruit, zoals, appel, peer, druiven, meloen, banaan of sinaasappel.  Deze handmatige bijvoeding is leuk als extraatje. Het belangrijkste voor de vlinders blijven natuurlijk de nectarplanten. Per vlindersoort zijn er ook specifieke wensen, zoals bijvoorbeeld verse koolbladeren voor koolwitjes.

Welke planten lusten de rupsen van vlinders?

Vlinders planten zich voort door eitjes te leggen. Hieruit komen rupsen, die zich dan vervolgens ontpoppen tot vlinders. Vlinders leggen hun eitjes alleen op het blad van bepaalde planten. Dit worden waardplanten genoemd. Wanneer de rupsen uitkomen, eten zij de bladeren van deze planten. Afhankelijk van de vlindersoort, zijn de rupsen erg kieskeurig wat betreft de waardplant. De bekendste waardplanten zijn: brandnetels, damastbloemen, pinksterbloemen, klaver, hulst, wegedoorn en klimop. Om enkele voorbeelden per vlindersoort te noemen: de grote en kleine koolwitje- rupsen houden van koolsoorten en andere kruisbloemigen, zoals damastbloem, koolzaad en Oost-Indische kers. De rupsen van de Atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en het landkaartje houden van brandnetel. Door te zorgen dat deze planten in je tuin staan, geef je de vlinders de kans om zich voort te planten. Je tuin wordt er niet mooier van, aangezien de rupsen het blad opvreten. Maar zonder rupsen: geen vlinders. Wellicht kun je in een vergeten hoek, of op een plaats die niet in het zicht ligt, de waardplanten aanplanten.

Hoe maak ik een vlinder schuilplek voor het overwinteren?

Soorten vlinders die in Nederland overwinteren zijn de citroenvlinder, de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia en de kleine vos. Sommige vlinders kruipen weg in een beschut hoekje in een schuur of in een holle boom. Ze houden een soort winterslaap en komen in de lente weer tevoorschijn. De meeste vlinders in Nederland brengen de winter door als eitje, rups of pop. De eitjes van de vlinders bevinden zich in de winter in de stengels van grassen. Deze komen niet uit, maar blijven de gehele winter in het gras zitten. Pas als het voorjaar wordt, kruipen ze als rupsen naar buiten. Er zijn ook vlinders die als rups overwinteren, ze zitten doodstil de gehele winter en kunnen goed tegen de kou. Zodra het voorjaar begint worden ze weer actief en eten vrolijk verder, totdat ze gaan verpoppen. De vlinders die de winter overleven als pop, zijn goed verstopt. Ze hangen ergens tussen de planten of liggen gewoon op de grond.

Laat uitgebloeide planten en afgevallen blad dus vooral liggen in je tuin en maai je gras niet in de winter. U kunt de vlinders helpen met overwinteren door een vlinderkastje. Hang dit op een beschutte plek, uit de wind waar het niet kan inregenen. Vul het kastje met wat dorre blaadjes en takjes. Zorg voor een voedselrijke omgeving met veel inheemse bloemen van het vroege voorjaar tot de nazomer.